Het levenseinde

Behandelingen in de laatste levensfase

In de laatste levensfase moet de arts bij zijn patiënten nagaan of de prioriteit van behandeling ligt in het verbeteren van de levenskwaliteit of levensverlenging. Zo blijkt in de kankerzorg dat als artsen op tijd een gesprek beginnen over de wensen rondom het levenseinde, de patiënten minder vaak kiezen voor ingrijpende (vaak kostbare) behandelingen. Een eenduidige richtlijn vanuit de beroepsvereniging kan van dienst zijn om gelijke behandeling van patiënten te bewerkstelligen. De JS is van mening dat de wens van de patiënt in alle gevallen leidend is bij het bepalen van het medische beleid.

Het feit dat artsen en ziekenhuizen per verrichting betaald krijgen werkt overbehandeling in de laatste levensfase in de hand. Als uit een consult tussen patiënt en arts de weloverwogen beslissing komt om palliatief, of helemaal niet te behandelen dient hier ook een vergoeding tegenover te staan. De zorgvraag van de patiënt is in dit geval immers beantwoord.

"De JS is van mening dat de wens van de patiënt in alle gevallen leidend is bij het bepalen van het medische beleid."

Maatschappelijk bewustwording

De JS vindt dat er meer maatschappelijke bewustwording moet worden gecreëerd rondom dilemma’s bij het levenseinde. Onduidelijkheden rondom de wensen van de patiënt in de laatste levensfase, zowel bij behandelaars als naasten, kunnen leiden tot onnodig of zelf onwenselijk medisch handelen. Het bespreekbaar maken van het levenseinde, niet alleen in de spreekkamer, maar ook aan de keukentafel kan deze bewustwording stimuleren. Zowel patiënten- als beroepsverenigingen van behandelaars zouden hier een actieve rol in moeten spelen.

Kaders van de euthanasiewetgeving

De kaders van de huidige euthanasiewetgeving moeten zo ruim mogelijk worden geïnterpreteerd. Onduidelijkheden over deze kaders dienen zo snel mogelijk door het ministerie, in samenspraak met de medische wereld, te worden opgehelderd omdat deze kunnen leiden tot het inboeten op het recht van zelfbeschikking. Het ophelderen van deze onduidelijkheden zijn met name van belang voor (beginnend) dementerende patiënten. Zo is de JS van mening dat een bij herhaling bevestigde wilsverklaring bij het wilsonbekwaam raken van de patiënt, bijvoorbeeld bij dementie, de mondelinge bevestiging van de doodswens vervangt. De overige voorwaarden voor de zorgvuldigheidsprocedure blijven uiteraard van kracht. Een arts mag echter weigeren om euthanasie te plegen, maar moet dan wel verplicht doorverwijzen naar andere arts.

Het recht op zelfbeschikking beperkt zich volgens de JS niet tot mensen die “uitzichtloos lijden”. Ook ouderen óf volwassenen die het leven als voltooid ervaren of om andere redenen uit het leven willen stappen zouden in aanmerking mogen komen voor euthanasie. Voordat mensen hiervoor in aanmerking komen moet intensief worden onderzocht wat de reden is dat iemand uit het leven wil stappen. Euthanasie is in volgens de JS in deze context een laatste middel, waar een lang traject aan vooraf gaat om te kijken of iemand zo geholpen kan worden dat hij of zij alsnog afziet van euthanasie. Voor ouderen geldt dat zij alleen in aanmerking komen voor deze regeling wanneer zij onder behandeling zijn van een geriater of een specialist ouderengeneeskunde, omdat deze specialisten goed zicht hebben op de situatie van de patiënt en bekend zijn met complexe problematiek van ouderen. Voor niet-bejaarde volwassenen geldt dit alleen na een serie consulten met een psychiater waarin de toerekeningsvatbaarheid van de patiënt is vastgesteld, en is onderzocht of er echt geen mogelijkheid is om van euthanasie af te zien.

Niet-reanimeren verklaring

Een reanimatie is een ingrijpende medische handeling die in veel gevallen, als de reanimatie al succesvol is, tot ernstige blijvende schade kan leiden. Het is daarom onwenselijk dat het in acute situaties vaak onbekend is of het slachtoffer in kwestie gereanimeerd wenst te worden.

Op dit moment kunnen mensen alleen een niet-reanimeren verklaring regelen via de Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde. Echter, iedereen zou een niet-reanimeren verklaring moeten kunnen regelen via de eigen (huis)arts. De arts kan de patiënt goed informeren over de individuele geschatte overlevingskansen bij reanimatie. Ook kan de verklaring van de patiënt direct worden geregistreerd in het dossier. Er zou een aparte verklaring kunnen worden geregistreerd voor situaties binnen of buiten een ziekenhuis of zorginstelling.

Jonge Socialisten in de PvdA