Gezondheidsverschillen & preventie

Nog altijd bestaan er stelselmatige gezondheidsverschillen tussen bevolkingsgroepen op basis van sociaaleconomische status. Opgroeien in een lagere sociaaleconomische klasse predisponeert voor een slechtere leefstijl en slechtere gezondheid. Dit heeft tot gevolg dat de kansen om in goede gezondheid je leven te leiden, ongelijk verdeeld zijn.

In een rijk en ontwikkeld land als Nederland zijn dergelijke verschillen onaanvaardbaar. Het terugdringen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen moet een prioriteit worden van overheidsbeleid. De laatste jaren is er steeds meer aandacht ontstaan voor preventie in de gezondheidszorg. Deze trend moet de politiek vasthouden omdat voor effectief preventiebeleid continuïteit en intensieve monitoring van essentieel belang is.

Preventie in de buurt

Sociaaleconomische gezondheidsverschillen moeten volgens de JS bestreden worden door de focus te leggen op buurten waar veel gezondheidsproblematiek heerst. Het gaat dan met name om achterstandswijken, waar sociale factoren en omgevingsfactoren vaak een negatief effect hebben op de gezondheid. Deze gerichte preventie is vereist, omdat de huidige voorlichtingscampagnes voornamelijk effect hebben op de midden- en hogere sociaaleconomische bevolkingsgroepen, die al gezonder zijn dan de lagere sociaaleconomische bevolkingsgroep. Hoewel preventie veel gezondheidsproblemen kan voorkomen, is de JS van mening dat primaire preventie in principe geen hoofdtaak is van de arts. Dit type preventie dient zich namelijk te richten op mensen die ongezond leven, maar daar (nog) geen klachten van ondervinden waardoor zij niet geneigd zijn om medische hulp te zoeken. De JS pleit er dan ook voor om wijken waar veel gezondheidsproblemen heersen een lokale Gezondheidscoach aan te stellen die verantwoordelijk is voor primaire preventie op het gebied van leefstijl, en organisatie of coördinatie van activiteiten die daarmee samenhangen. Zo kan de gezondheidscoach zelf activiteiten als een straatspeeldag of een kookcursus organiseren, maar ook bestaande initiatieven in de wijk faciliteren en ondersteunen. Idealiter werkt de gezondheidscoach samen met andere betrokkenen in de buurt zoals scholen, kerken en sportverenigingen. Hierdoor krijgt de gezondheidscoach tevens een coördinerende rol binnen de gemeenschap als het gaat om leefstijlpreventie en –interventie. Daarnaast kan de gezondheidscoach een schakel zijn tussen burger en instanties of hulpverleners, om zo integrale samenwerking te bewerkstelligen. Mocht verwijzing naar instantie of hulpverlener leiden tot leefstijlinterventie, dan kan intensieve samenwerking met de gezondheidscoach zorgen voor effectievere begeleiding.

Overgewicht bij kinderen: de rol van scholen

Overgewicht bij kinderen is een multifactorieel probleem wat niet alleen vraagt om interventie bij het kind en de ouders, maar ook om betrokkenheid vanuit de gemeenschap. De JS vindt dat scholen, maar ook naschoolse opvang en sportverenigingen, actief een gezonde leefstijl dienen te promoten en te bevorderen. De eerder genoemde gezondheidscoach kan in wijken waar overgewicht onder kinderen veel voorkomt het beleid lokaal afstemmen.

De JS vindt dat het bevorderen van een gezonde leefstijl begint bij bewustwording van het probleem en kennis over gezond leven, zowel bij de kinderen als bij de ouders. Bij signalering van een ongezonde leefstijl, eventueel lijdend tot overgewicht, dient de leerkracht de ouders hier op aan te spreken. Basisscholen hebben de taak om kinderen kennis bij te brengen over gezond eten. Naast voorlichting in de klas gebeurt dit idealiter op praktische wijze, bijvoorbeeld door het bijhouden van een schooltuintje of het uitdelen van fruit, eventueel met financiële steun van de gemeente of particulieren.

Het aanbieden van een gezonde schoolmaaltijd, bijvoorbeeld een schoolontbijt of fruit in de klas, moeten bevorderd worden. De overheid verplicht scholen regelgeving op te stellen om ervoor te zorgen dat kinderen tijdens de pauze geen ongezonde tussendoortjes eten.

Het aanbod van ongezonde snacks en lunchen op middelbare scholen onwenselijk. De JS is van mening dat producten die veel suiker, zout of verzadigde vetten bevatten geweerd moeten worden uit middelbare scholen. Het sluiten van een convenant met cateraars kan hierbij helpen. Als de school zich in een buurt bevindt met veel winkels en horeca, moeten scholen proberen afspraken te maken over de verkoop van ongezond voedsel en drankjes tijdens de schoolpauze.

Bij het stimuleren van een gezonde leefstijl hoort ook het faciliteren van sport. Zolang iemand leerplichtig is, is hij of zij ook gymplichtig. Middelbare scholen moeten streven naar minimaal 4 uur gymnastiek per week. Educatie over gezond eten moet doorgaan op de middelbare school. Via vakken als verzorging moet voorlichting worden gegeven over gezonde voeding. Een te grote variatie aan invulling van deze lessen tussen verschillende scholen dient zoveel mogelijk voorkomen te worden door bepaalde evidence-based modules (zoals Healthy Eating Plate) verplicht onderdeel te laten zijn van het curriculum.

Op alle middelbare scholen moet een algeheel rookverbod gelden, ook op de schoolpleinen.

Premiedifferentiatie

De in dit hoofdstuk genoemde maatregelen vertegenwoordigen voornamelijk de zachte kant van preventie, maar de JS vindt ook dat er ruimte moet zijn voor hardere consequenties bij een consequent ongezonde levensstijl. Zoals een brandverzekering hoger of lager wordt naar mate van brandveiligheid van het huis, mag ook de zorgpremie de risicocategorie van de verzekerde reflecteren; voor zover dit een keuze van de verzekerde betreft. Dit betekent dat de JS open staat voor de mogelijkheid om, binnen bepaalde grenzen, premies te differentiëren op basis van levensstijl. Hierbij valt primair te denken aan roken, overmatig alcoholgebruik en ongezonde diëten. De verzekerde moet echter wel de mogelijkheid krijgen om tegenover die verhoogde premie manieren te vinden op de levensstijl aan te passen. Mochten dergelijke therapieën met succes gevolgd worden, dan kan de premie weer navenant omlaag.

Échte bewuste keuze

Directe financiële prikkels zijn effectief bewezen om mensen aan te sporen om gezondere leefstijlkeuzes te maken. De JS pleit er dan ook voor om ongezonde producten duurder te maken, en dit geld te gebruiken om bepaalde dure gezonde producten goedkoper te maken. Dit kan door een BTW verhoging respectievelijk – verlaging op de betreffende producten. Een instantie als het Voedingscentrum bepaalt welke producten onder deze regeling vallen.

De consument moet daarbij in één oogopslag kunnen zien hoe gezond een product is. De JS pleit ervoor om elk product in de supermarkt te voorzien van een duidelijk ‘energielabel’ waardoor meteen duidelijk wordt welke ongezonde bestanddelen het product bevat en in welke hoeveelheid.

Etnische verschillen in gezondheid

De laatste jaren wordt in toenemende mate duidelijk dat er grote gezondheidsverschillen bestaan tussen verschillende etnische groepen in Nederland. Bewustwording rondom deze verschillen bij de risicogroepen, maar ook bij behandelaars, is van levensbelang. Het inzichtelijk maken van deze verschillen door hier gericht onderzoek naar te doen is een voorwaarde om het medisch handelen te kunnen afstemmen. Bovendien kan kennis over het meer voorkomen van bepaalde ziektes bij etnische minderheden gebruikt worden om cultureel specifieke preventie- en screeningprogramma’s op te zetten.

Jonge Socialisten in de PvdA