Mismatch tussen arbeidsmarkt en onderwijs

De afstand tussen het onderwijs op alle niveaus en de vraag van de arbeidsmarkt is vaak te groot. In veel gevallen sluiten de vaardigheden en opleiding van jongeren niet aan bij waar op de arbeidsmarkt behoefte aan is. Dat is niet altijd raar: als je aan een opleiding begint is het moeilijk te voorspellen waar aan het einde van zo’n opleiding vraag naar is op de arbeidsmarkt.

Mede door outputfinanciering is er in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs een wildgroei van pretstudies. Dit zijn opleidingen met aantoonbaar weinig baanperspectief die door een leuke titel en gelikte reclamecampagnes wel veel studenten trekken, en zo veel geld in het laatje van mbo- en hbo-instellingen brengen.

Die outputfinanciering heeft nog een ander nadeel: er ligt te veel nadruk op hoger onderwijs. Dat komt onder andere voort uit de incorrecte aanname dat als we maar genoeg hoger opgeleide mensen de arbeidsmarkt betreden er vanzelf meer hooggeschoolde banen bijkomen. Dat blijkt steeds vaker niet op te gaan. Juist door automatisering en technologische vernieuwing komen een groot aantal banen te vervallen, ook in het hogere segment. De arbeidsmarkt polariseert daardoor. Als gevolg is er geen plek voor alle hoger opgeleiden die van school komen en verdringen die hoger opgeleiden steeds vaker mensen met lagere opleidingen van hun werk.

"Als gevolg is er geen plek voor alle hoger opgeleiden die van school komen en verdringen die hoger opgeleiden steeds vaker mensen met lagere opleidingen van hun werk."

Een ander belangrijk punt in de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt heeft betrekking tot de rol en verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven. Zodra er een tekort is aan goede mensen krijst men schande, maar zelf ook iets doen om goed geschoolde mensen te krijgen is vaak niet aan de orde. Ja, als OC&W voor hun inhouse-bedrijfsschool wil betalen. En als het even tegenzit draait men het aantal stage- en leer-werkplekken terug, ondanks dat veel bedrijven zien dat ze een x aantal jaar vakkrachten te kort komen.

In een goed functionerende arbeidsmarkt moeten vraag en aanbod goed op elkaar aansluiten en daarom is het belangrijk de afstand tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verkleinen. Daarvoor doen wij de volgende voorstellen.

  • Herwaardering van beroepsonderwijs en stoppen met bejubelen van alles wat het stempeltje “hoger opgeleid” heeft. Het zou niet moeten uitmaken of iemand een mbo of wo-diploma heeft. Waar het om zou moeten gaan is of iemand zich goed inzet en binnen zijn of haar vakgebied goed werk levert. Om dit voor elkaar te krijgen wordt de 600 miljoen die beschikbaar is op de begroting van OC&W ingezet om het mbo een kwaliteitsimpuls te geven. Zowel door in docenten te investeren, als door de kansen van studenten te verbeteren door de aansluiting met de arbeidsmarkt te verbeteren.
  • Daarom krijgen leerlingen die onderwijs volgen waarbij een stage verplicht is een stagegarantie. De school is hier in eerste instantie verantwoordelijk voor en maakt samen met het bedrijfsleven en SBB afspraken over het aantal stageplekken. Als er weinig stageplekken zijn, betekent dat dus ook dat er minder opleidingsplekken komen.
  • Duidelijke verantwoordelijkheid voor bedrijven in met name beroepsonderwijs. Dat kan door naar Duits model scholingsfondsen in te richten waar de hele sector verplicht aan meebetaalt om te zorgen dat er ook als het slecht gaat geld is om leerplekken te betalen.
  • Ten minste de helft van de docenten in het mbo en hbo moet ook werkzaam zijn in het vakgebied waarin ze lesgeven. Zo krijgen studenten vaardigheden aangeleerd die in de praktijk hun waarde hebben. Mbo’s en hbo’s maken hierover afspraken met bedrijven in de regio.
  • Er moet meer geïnvesteerd worden in meester-gezelregelingen, waarbij net afgestudeerden in hun vak begeleid worden door een ervaren kracht, met perspectief op het overnemen van die arbeidsplaats. Op die manier blijft de kennis van ervaren werknemers behouden. Ook kan zo de jeugdwerkloosheid sneller worden teruggedrongen, door bijvoorbeeld in dit soort gevallen jong-voor-oud afspraken te maken.
  • Iedereen krijgt de mogelijkheid tien levensjaren collegegeldvrij te studeren, naar eigen inzicht te gebruiken. Van die tien jaren kunnen er drie in deeltijd ingezet worden, om studeren naast een baan mogelijk te maken.
  • Er moeten meer stageplaatsen, leer-/ervaringstrajecten en aanvullende opleidingsmogelijkheden moeten komen voor iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Jonge Socialisten in de PvdA