Baancreatie

Industriepolitiek, een woord dat sinds de jaren 80 naar de achtergrond is verdwenen. Tegelijkertijd zijn grote bedrijven als Hoogovens, Organon, Stork en Numico en een tal van kleinere bedrijven verdwenen uit Nederland of ernstig afgezwakt. Er wordt geschat dat tussen 2005 en 2010 er 41.000 industriële banen verloren zijn gegaan in Nederland. Waarom zou de overheid niet de Nederlandse industrie moeten steunen? Waarom wordt er met man en macht geprobeerd om multinationals naar binnen te halen door ze met fiscale voordelen te overladen, maar kan de Nederlandse industrie op veel minder steun van het Ministerie van Economische Zaken rekenen?

Investeringen van de overheid in de Nederlandse economie zien wij niet als het eenvoudig geld de economie in pompen.  Wat wij als JS voor ons zien is een overheid die verder durft te gaan dan de afgelopen decennia het geval was en waarbij de rol van de overheid beperkt bleef tot het scheppen van omstandigheden waaronder bedrijven beter konden ondernemen. Een overheid die echt stappen vooruit wil maken met de economie moet verder durven kijken en visie tonen.

Waarom overheidsinvesteringen zo belangrijk zijn.

"Een overheid die echt stappen vooruit wil maken met de economie moet verder durven kijken en visie tonen."

Een sterke(re) rol van de overheid in investeringen in Nederlandse ondernemingen is een mes dat aan meerdere kanten snijdt. Het belangrijkste in deze context is dat het op een veel directere manier banen in Nederland houdt en creëert. De huidige politieke keuze om met belastingvoordelen multinationals naar Nederland te halen zorgt alleen voor schijngroei; nauwelijks bezette kantoren die het bewuste bedrijf alleen op papier vertegenwoordigen. Het belastinggeld dat daarmee wordt ontweken zou veel beter ingezet kunnen worden voor concrete banen in Nederland.

Een sterke industriepolitiek kan bovendien de markt sturen richting politiek wenselijke doelen, zoals verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening. Investeringen in duurzame industrie zijn noodzakelijk om Nederland de komende decennia minder afhankelijk te maken van Russisch gas. Er is winst te behalen met industriepolitiek die zich richt op duurzame industrie zoals fabrikanten van windmolens of zonnecellen, of nog simpeler bedrijven steunen die zich inspannen voor het energiezuinig maken van woningen.

Het derde voordeel is dat een sterkere rol van de overheid bedrijven in staat kan stellen risico’s te nemen die in tijden van crisis en recessie niet zouden worden genomen. Juist nu is het belangrijk dat de Nederlandse economie innoveert. Momenteel is het beleid om die innovatie te bespoedigen door ondernemers vooral de ruimte te geven. Dit is echter onvoldoende: de overheid zou veel actiever moeten bijspringen met leningen, garanties en directe investeringen in duurzame, innovatieve ondernemingen in plaats van alleen te kijken naar de randvoorwaarden en uit misplaatste ideologische naïviteit de markt verder zijn werk laten doen. Ook dit schept banen, maar geeft de overheid als investeerder ook een directere vinger in de pap bij het garanderen van de kwaliteit van die banen.

  • Meer mensen aan het werk.
  • Verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening.
  • Een sterke overheid ondersteunt innovatie.

Die proactieve industriepolitiek kent wel een belangrijk nadeel. Overheidsgaranties en investeringen kunnen zorgen voor “free-riders”; holdingmaatschappijen die rustig afwachten tot een onderneming met overheidssteun succesvol is geworden, om hem vervolgens op te kopen en zonder al te veel eigen investering de winst af te romen en eventueel in delen weer door te verkopen. De situatie waar V&D de afgelopen periode in zat geeft wel aan hoe problematisch dit is, en hoe bedreigend voor werkgelegenheid aan de onderkant. Een andere kanttekening is dat dit beleid zou kunnen botsen met Europese regelgeving omtrent verboden staatssteun en mededingingsrecht. Ook hierop zullen we een passend antwoord moeten vinden. Maar gegeven dat veel Europese lidstaten een actief industriebeleid nastreven zal er ook voor Nederland de ruimte zijn om te investeren in de eigen economie.

  • Een stimuleringsplan opstellen voor diepte-investeringen in Nederlandse innoverende en duurzame industrie, waarbij nieuwe ondernemingen speciale aandacht krijgen.
  • Eisen dat overheidsinvesteringen worden terugbetaald als een bedrijf wordt overgenomen. Dit beperkt het ‘free-riders’ probleem en is al de praktijk in bijvoorbeeld Duitsland en Frankrijk.
  • Sterkere inperkingen van afroomkapitaal dat banengroei structureel ondermijnt.
  • Investeren in het energiezuinig maken van Nederlandse woningen om zo banen te creëren en Nederland minder afhankelijk te maken van fossiele brandstof.
  • Het Topsectorenbeleid van EZ is achterhaald. Verbreden en specifiek de rol van de (duurzame) industrie meepakken, voorbij de pure kenniseconomie.
Jonge Socialisten in de PvdA