Rendementsdenken

Onderwijs levert ons meer op dan we in getallen kunnen uitdrukken. Een prijskaartje aan het onderwijs hangen, legt de focus op het economische nut van opleiding en onderschat daarmee de opbrengst en mogelijkheden van al het onderwijs. Scholen en onderwijsinstellingen hebben zich te veel gericht op omzet en winst en moeten zich weer bezig houden met hun hoofdtaak: goed onderwijs geven.

  • Iedereen zou tien collegegeldvrije jaren moeten hebben; zes jaar voltijd en vier jaar deeltijd. Hiermee kan iedereen gratis een volledige studie volgen en gedurende iemands carrière ook nog meerdere malen een deeltijdstudie volgen.
  • Docenten en professoren in het hoger onderwijs moeten niet langer beoordeeld worden op het aantal publicaties, minder geharkt onderzoeksgeld en toepasbaarheid van het onderzoek. Onderwijsvaardigheden en inhoudelijk kwalitatief onderzoek dienen meer gewicht te krijgen bij de aanstelling dan nu het geval is.

"Iedereen zou tien collegegeldvrije jaren moeten hebben"

  • We moeten af van het concurrentiemodel in het onderwijs. Perverse prikkels bij de financiering van het onderwijs, zoals meer geld bij hogere slagingspercentages, moeten worden afgeschaft. Sommigen kinderen beginnen met een achterstand in het onderwijs. Het financieringsmodel van het onderwijs moet gericht zijn om, scholen met deze leerlingen, te ondersteunen om deze achterstanden in te halen. Daarnaast zouden instellingen een laag maximaal bedrag mogen uitgeven om via reclames nieuwe studenten binnen te halen. Ten slotte, zouden schoolbesturen niet zelf moeten kunnen speculeren, met bijvoorbeeld vastgoed, voor extra winst.
  • Leraren moeten hun vak terugkrijgen. In het onderwijs moeten we af van de huidige toetscultuur en registratiedruk en terug naar vertrouwen. Leraren zijn opgeleid om les te geven, laat ze dit dan ook doen zonder ze aan alle kanten te testen en te beoordelen. De Onderwijsinspectie, moet van wantrouwen naar vertrouwen en een inspectie die beoordeelt op inhoud en kwaliteit, en niet op minutenrapportage en -verantwoording.
  • Om de toetscultuur en de registratiedruk te minimaliseren dienen de Onderwijsinspectie en de overheid de regeldruk te verlagen. Beide partijen moeten elkaar complimenteren. Werken aan wederzijds vertrouwen en deze punten in acties te vertalen en uit te voeren; deze moeten continu ook aan de leerlingen gecommuniceerd worden. Uiteraard moeten de interne controle mechanisme blijven bestaan.

"We moeten af van het concurrentiemodel in het onderwijs"

  • Er wordt te veel gekeken naar kwantificeerbare resultaten van lesvormen, wij pleiten voor een bredere kijk naar de lesvormen, sommige lesvormen zijn minder goed te meten maar hebben vaak wel een betere uitwerking. Meer financiële en organisatorische ondersteuning en ruimte voor leraren die een nieuwe innovatieve lesvorm willen implementeren.
  • Scholen vergroten vaak vanuit financiële redenen klassen en dit benadeelt doorgaans de kwaliteit van het onderwijs. Het vrijgekomen geld uit het leenstelsel dient o.a. geïnvesteerd te worden in het mogelijk maken van kleinere klassen.
  • Nadat een discussie is losgebarsten in het Maagdenhuis over het bestaan van kleine studies die wegens financiële redenen vaak in het geding komt. De beslissing om het aanbieden van zo’n studie te continueren moet niet alleen gebaseerd zijn op de financieel economische aspecten, er moet primair worden gekeken naar de intrinsieke waarde van het aanbieden van de studie.
  • De overheid biedt een pakket aan van kleine studies aan de gehele groep onderwijsinstellingen, deze worden verplicht om er voor te zorgen dat elke studie in dit pakket ergens in Nederland moet worden aangeboden. De onderwijsinstellingen moeten naar ratio van het aantal studenten een gelijk deel van dit pakket op zich nemen.
Jonge Socialisten in de PvdA