Waarom Jeroen Dijsselbloem niet goed bij zijn hoofd is – volgens Einstein dan

Gisteren vond in Griekenland een referendum plaats dat de positie van het land in Europa zal bepalen. Vijf jaar na het begin van de Griekse crisis ligt Griekenland in puin. Het pakket van bezuinigingen en hervormingen dat de ‘trojka’ – de gezamenlijke bijnaam voor de Eurogroep, de Europese Centrale Bank (ECB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) – eiste in ruil voor een redding van de Griekse economie heeft op talloze fronten desastreuze gevolgen gehad. Toch wil de Eurogroep, waarin de Ministers van Financiën van alle eurolanden samen komen, onder voorzitterschap van PvdA-minister Jeroen Dijsselbloem deze koers niet veranderen. Welke conclusies kunnen we hieruit trekken?

Waarom Jeroen Dijsselbloem niet goed bij zijn hoofd is – volgens Einstein dan
De financiële en economische crisis die de wereld sinds 2007 in zijn greep heeft, raakte op ons continent Griekenland het hardst. Na tijden van economische voorspoed bleek door de crisis opeens dat de Griekse economie bijzonder ongezond was. Griekse regeringen bleken jarenlang cijfers in het nationale huishoudboekje gemanipuleerd te hebben, waardoor de Grieken ieder jaar sterke groeicijfers lieten zien. In werkelijkheid was hun economie geenszins voorbereid op de klap van de crisis. Om een bankroet te voorkomen, werd er haastig een deal opgesteld om banken te redden en de Griekse overheid te voorzien van cash.

Deze deal was echter meer dan een reddingsboei voor de Grieken alleen. Via het plan werden ook de belangen van bijvoorbeeld Duitse en Franse banken veilig gesteld en werd het besmettingsgevaar dat een Grieks bankroet zou vormen voor andere eurolanden ingedamd. Toch ontstond er in veel (en vooral Noord-)Europese landen het beeld dat de ‘luie’ Grieken Europese belastingbetalers lieten opdraaien voor de gevolgen van hun eigen spilzucht. Politici in deze landen bestreden dit beeld in veel gevallen niet, maar gingen er in mee. Deels vanuit economische overtuiging, deels vanuit politieke overwegingen, werd bezworen dat de Grieken niet zomaar hulp zouden krijgen. Tegenover de steun stonden keiharde voorwaarden: er moest flink bezuinigd en hervormd worden.

De toenmalige sociaaldemocratische Griekse premier Papandreou voorzag de enorme gevolgen die deze bezuinigingen en hervormingen voor zijn landgenoten zou hebben en besloot, net als de huidige Griekse premier Tsipras vorige week deed, de uiteindelijke beslissing over de deal bij de Grieken te leggen. Uiteindelijk boog Papandreou, in tegenstelling tot Tsipras, voor de immense druk van zijn Europese collega’s om het referendum niet door te laten gaan.

 

De angst van Papandreou is na vijf jaar bezuinigingen realiteit geworden. Griekenland is een puinhoop. Statistieken geven een idee van de bittere ernst van de situatie. De Griekse werkeloosheid schommelt rond de 26% (tegen 6,4% in bijvoorbeeld Duitsland). De economie is sinds de implementatie van de bezuinigingen met 25% gekrompen – een recente studie laat zien dat in het verleden alleen de Grote Depressie in de Verenigde Staten en vernietigende oorlogen in Europa een grotere impact op nationale economieën hebben gehad. 45% van de gepensioneerden in Griekenland leven onder de armoedegrens. Het aantal zelfmoorden is sinds 2010, het jaar waarin de eerste deal tussen Griekenland en haar Europese schuldeisers werd gesloten, met 35% toegenomen.

Maar vooral de Griekse jongeren zijn slachtoffer geworden van dit alles. Ongeveer 60% van de Griekse jongeren is werkloos (tegen 15% in bijvoorbeeld Nederland). Het aantal prostituees, meestal jonge vrouwen, is met een schokkende 1500% (!) gegroeid. Maar liefst 460.000 Grieken, ongeveer 4% van de bevolking, heeft sinds het begin van de crisis het land verlaten op zoek naar een betere toekomst. Jongeren, vaak met universitaire diploma’s, vormen het grootste gedeelte van deze groep.
Als beleid leidt tot dit soort rampzalige resultaten –of ze in ieder geval niet kan voorkomen- kunnen we alleen maar constateren dat dit beleid faalt. Dat het tijd is voor een koerswijziging. Als de koers niet gewijzigd wordt, zullen statistieken zoals hierboven blijven verschijnen op voorpagina’s van Europese kranten. Het raakt aan het waanzinnige om te verwachten dat hetzelfde desastreuze beleid in de komende jaren tot totaal andere resultaten zou leiden. Of, zoals Einstein schijnt te hebben gezegd: “insanity is doing the same thing over and over again and expecting different results.”

Toch lijkt de eurogroep onder leiding van Jeroen Dijsselbloem precies dit te verwachten. Ondanks al het statistische bewijs van de ineffectiviteit van het gevoerde beleid, ondanks de analyses van verschillende Nobelprijswinnende economen (Amartya Sen , Joseph Stiglitz en Paul Krugman) én ondanks de analyse van het Internationaal Monetair Fonds, nota bene één van de schuldeisers van Griekenland. Zelfs het IMF verklaarde namelijk vorige week dat Griekenland extra steun nodig heeft en dat een herstructurering van de Griekse schuld onvermijdelijk is. Dijsselbloem c.s. vonden een wezenlijk andere aanpak dan die van bezuinigingen desalniettemin onbespreekbaar. Het resultaat: de onderhandelingen met de Grieken liepen stuk, en de Griekse premier riep een referendum uit over de voorstellen die op dat moment op tafel lagen en door Merkel als “final offer” werden beschreven.

Einsteins zou waarschijnlijk concluderen dat Jeroen Dijsselbloem en zijn collega’s niet goed bij hun hoofd zijn. Zelf geloof ik dat niet. Dijsselbloem is een exponent van de vastgelopen, antidemocratische Europese besluitvorming, waarbij angst voor reacties van nationale electoraten het steeds wint van gezond verstand. Gevangen in dit systeem kon hij niet anders –dacht hij blijkbaar- dan vast houden aan de lijn die al jaren gevolgd wordt: we helpen de Grieken alleen als ze bereid zijn ervoor te bloeden en als we iedere cent terugkrijgen. Deze lijn rommelt, zoals we hebben gezien, aan alle kanten. Niet alleen helpen we door de Grieken te helpen ook onszelf, ook zullen we juist door de Grieken te laten bloeden ‘ons’ geld niét terug krijgen.

Dat de neoliberale technocratische Brusselse elite zich vastklampt aan deze lijn is tragisch, maar niet onverwacht. Dat sociaaldemocratische politici als Jeroen Dijsselbloem zich echter aan hun zijde scharen en daarmee het Griekse lijden weigeren te erkennen, is een teleurstelling van historisch formaat. Het Griekse verzet tegen de neoliberale trein van asociale bezuinigingen, privatisering en flexibilisering van de arbeidsmarkt waar ons continent de afgelopen jaren in opgesloten leek te zijn, zou voor werkelijke sociaaldemocraten een bron van hoop en inspiratie moeten zijn. Het zou ons wakker moeten schudden, we zouden het moeten omhelzen en eindelijk de durf moeten hebben een nieuwe, sociale weg in te slaan in Europa.

Dat Dijsselbloem en zijn sociaaldemocratische collega’s in plaats daarvan vasthouden aan rechtse, achterhaalde denkbeelden, is schandalig. Ik ben nog nooit zo teleurgesteld in veronderstelde politieke geestverwanten. Maar het is nog niet te laat voor een andere weg. Na het referendum van gisteren krijgen de Europese sociaaldemocraten en Dijsselbloem nu een herkansing. Als ze het Griekse verzet omhelzen en eindelijk een nieuwe weg inslaan – een weg van sociaal verantwoord beleid, gekenmerkt door gerichte investeringen en een aanzienlijke herstructurering van de Griekse schuld- is er nog hoop voor een wezenlijk ander Europa. Een Europa dat het welzijn van de Europeanen als hoogste prioriteit heeft; een werkelijk sociaal Europa. Ik hoop van harte dat Jeroen Dijsselbloem van die herkansing gebruik gaat maken – en ons allemaal laat zien dat hij wél goed bij zijn hoofd is.

Categorieën: Blog, Economie & arbeidsmarkt, Internationale Politiek, Partij van de Arbeid

Op de hoogte blijven van de JS?

Schrijf je in en ontvang onze nieuwsbrief waarin we je op de hoogte houden van onze politieke acties en activiteiten.



Jonge Socialisten in de PvdA