Jong en werkloos is je eigen schuld!

logo_jwl_voor_banen_voor_jongeren

Afgelopen donderdag maakte het CBS bekend dat er in totaal 9000 jongeren meer werkloos waren dan vorig jaar op hetzelfde moment. ‘Sneu, maar daar moeten die jongeren zelf wat aan doen’ is de algemene reactie die je hierop hoort. Het lijkt alsof jong en werkloos zijn tegenwoordig je eigen schuld is. Klopt deze mentaliteit van de samenleving ten opzichte van jeugdwerkloosheid of moet er juist gezamenlijk meer geprobeerd worden om de jeugdwerkloosheid echt te lijf te gaan?

Voordat we met die vraag beginnen is een schets van het probleem nodig. Daarbij begin ik met de statistieken waar het CBS zo dol op is. In Nederland komen er van iedere honderd jongeren die willen werken zestien niet aan de bak. In sommige regio’s, zoals Oost-Groningen, is het probleem nog veel erger en onder allochtone jongeren zit zelfs één op de drie zonder werk. In totaal gaat het om 137.000 jeugdwerklozen. Wellicht is de jeugdwerkloosheid minder hard gestegen dan de reguliere werkloosheid, maar ze is nog wel bijna twee keer zo hoog.

Ondertussen behelst jeugdwerkloosheid veel meer dan wat de statistieken van het CBS laten zien. Jeugdwerkloosheid is ook de jongere die er achter komt dat zijn opleiding niet aansluit bij wat er op de werkvloer verwacht wordt. Jeugdwerkloosheid is je nog een jaar langer in de studieschulden steken – wat ik zelf bijvoorbeeld doe – in de hoop dat er daarop meer werk is. En jeugdwerkloosheid is werk onder je niveau aannemen, waardoor je niet alleen zelf ontevreden bent maar ook de plek van een ander bezet houdt.

Nu hoor ik u denken dat het kabinet hier al mee bezig is, door middel van haar Aanpak Jeugdwerkloosheid. Toch vraag ik me af of deze aanpak van minister Asscher en ambassadeur Mirjam Sterk wel voldoende werkt. En is de manier waarop er naar jongeren gekeken wordt niet verkeerd?

Valt er aan te tonen of Sterks werk als ambassadeur sinds ze is aangetreden succesvol is geweest? Dat is een lastige vraag. De doelstelling om meer dan 10.000 banen voor jongeren te creëren is in ieder geval niet gehaald, dit werden er 8281. Zo’n duizend banen minder dus dan er netto in het hele jaar aan jeugdwerklozen is bijgekomen. Toch is het nog altijd meer dan wanneer er niets gebeurd was. Als we dan kijken naar wat voor soort banen het zijn, dan valt de opbrengst alsnog vies tegen: voornamelijk callcenterbaantjes, waar geen enkele jongere kans maakt om door te groeien.

Vervolgens is de houding die Sterk ten opzichte van jongeren aanneemt in mijn ogen verkeerd. De enige boodschap die de ambassadeur van de Aanpak Jeugdwerkloosheid uitspreekt is namelijk dat jongeren meer moeten gaan netwerken. Met dat advies in onze zak struinen we allerlei ‘netwerkborrels’ af, doen we nog maar een onbetaalde stage – alles voor de werkervaring en de contacten (netwerk!) die je daarbij opdoet – of likken we ons in bij de twintigste werkgever aan wie we een sollicitatiebrief geschreven hebben. Vaak zonder dat het vruchten afwerpt.

Met haar netwerkmantra schuift Sterk alle verantwoordelijkheid af op de jongeren. Wanneer we onverhoopt toch niet aan een baan komen, hebben we niet hard genoeg genetwerkt. Het is onze eigen fout en onze eigen schuld dat we geen baan hebben. Impliciet lijkt de maatschappij het met deze gedachte eens te zijn; althans het tegendeel blijkt in ieder geval niet. Ondanks dat jongeren echt wel willen lukt het niet om aan een baan te komen, omdat er daar nu eenmaal niet genoeg van zijn.

Het grootste probleem is nog wel dat veel jongeren inmiddels zelf in ‘de eigen schuld’ lijken te geloven. Ze houden zich stil en hebben zich in ieder geval nog niet verenigd om hun gemeenschappelijke belangen na te streven. Ik vermoed dat dit uit schaamte gebeurt, of uit een vals schuldgevoel. Je wordt immers als een loser gezien als je geen baan hebt, je ‘BV ik’ heeft gefaald, ook al zijn er onvoldoende banen beschikbaar.

De eerste stap tot een oplossing begint dus met een andere mentaliteit, waar ik met dit opiniestuk voor pleit. Jeugdwerkloosheid dient niet meer gezien te worden als een individueel probleem, maar als een collectieve verantwoordelijkheid. Het raakt de hele samenleving wanneer er een generatie zonder werkervaring, maar met een licht minderwaardigheidscomplex opgroeit.

Daarom is jeugdwerkloosheid alleen op te lossen door samenwerking tussen werkgevers, werknemers en de overheid. Met de hele samenleving zullen we dan ook moeten kijken naar oplossingen: voor banen voor jongeren. Minister Asscher heeft hier alvast een voorschot op genomen, door dit jaar 200 miljoen uit het budget voor de sectorenplannen beschikbaar te stellen om de jeugdwerkloosheid tegen te gaan. Nu Mirjam Sterk en de rest van het land nog.

Categorieën: Jeugdwerkloosheid

Jonge Socialisten in de PvdA