FMS-training en werkbezoek Noord-Irak

Inmiddels is het zo’n drie weken geleden dat ik samen met drie andere FMS-trainers, Tweede Kamerlid Michiel Servaes en zijn medewerker een bezoek bracht aan Noord-Irak, om met eigen ogen te zien hoe de situatie daar is en om jongeren van onze zusterpartij daar, de Patriotic Union of Kurdistan, te trainen. Dit is mijn eigen reisverslag, mijn observaties en indrukken, geen politieke agenda. Het is wel een beetje lang geworden, maar in korte tijd hebben we zoveel gezien en gehoord dat dat onvermijdelijk is.

De heftigste indrukken deden we op in één dag, de eerste dag van onze reis, die volgepland was met werkbezoeken. Al die indrukken bij elkaar zijn een soort waas, zo ver staat de situatie daar af van onze eigen werkelijkheid. Dat maakt het blijvend lastig om de volle omvang van wat we gehoord en gezien hebben door te laten dringen.

Na een pittige reis die begon op vrijdag 2 oktober aan het begin van de avond, landden we in dezelfde nacht om 3:45 op het vliegveld van Sulaimaniyah. Om 4:30 waren we uiteindelijk in het hotel, waar drie uur later de wekker alweer ging voor een volle dag met werkbezoeken.

Na het ontbijt werden we met onze eigen motorcade, drie witte Toyota Landcruisers met nietsontziende chauffeurs, naar een vluchtelingenkamp in de buurt van Sulaimaniyah gereden. Het vluchtelingenkamp wordt gerund door UNHCR en een lokale NGO en huisvest meer zo’n 8.600 IDPs, internally displaced persons. Irakezen dus, op de vlucht voor IS. Wij treffen de allerarmsten, vrijwel zonder bezit. De rijkere vluchtelingen huren namelijk appartementen in de stad.

Terwijl wij er om 10u ’s ochtends rondlopen is het zo’n 35 graden. De hulpverleners weten ons te melden dat het fijn is dat de zomer voorbij is en het niet meer zo warm is. De winter is echter ook niet zo’n lekker vooruitzicht, met haar vrieskou en sneeuw.

Met een toch wat bezwaard gemoed in onze pakken met das en dure zonnebrillen lopen we een rondje door het kamp. Kinderen trekken met gekke bekken en betoverende lach onze aandacht en willen zich graag laten fotograferen. We zien de kleine tenten waarin mensen leven, grote gezinnen op kleine ruimte. Elke tien tenten hebben iets van sanitaire voorziening.

We vervolgen onze reis naar het hoofdkwartier van de NGO die het kamp runt, de Civil Development Organisation. Buiten staan voedselpakketten van het World Food Programme. Een gezin met zes kinderen, zo laten we ons vertellen, krijgt voor 60 dagen een flinke zak bloem, 5 kilo suiker, 7,5 kilo spaghetti, 750 gram zout en 2,5 kilo witte bonen. Zonder het na te rekenen val ik al bijna flauw aan de gedachte van zo weinig eten voor zo’n lange periode. De nood is hoog, zoveel is duidelijk.

Na afscheid genomen te hebben van de hulpverleners reizen wij door naar Amna Suraka, het voormalige hoofdkwartier van Saddam’s geheime dienst in Sulaimaniyah dat tevens dienst deed als martelgevangenis. We worden rondgeleid door krappe cellen met open toilet en martelkamers met beelden van gevangenen. Het besef dat mensen dit elkaar kunnen aandoen raakt me iedere keer weer diep. Ik word getroffen door een inscriptie op de muur van een cel voor minderjarigen, pakweg 10, misschien 12 vierkante meter groot, waar structureel tussen de tien en veertig jongens gevangen zaten.

 

My name is Muhsin

Jailed in one of the

Corners of this cell

I was detained at home, I

Was only 15 years old

They changed my age to 18

To be executed, then I said

Mother, father

I am about to be executed

By Ba’athism

We will never meet again

Na de gevangenis hadden we eventjes genoeg naargeestigheid gezien. Op het politbureau van de Patriotic Union of Kurdistan werden we verwacht voor een gesprek met enkele topmensen van deze zusterpartij van de PvdA, waaronder de tweede man en de voorzitters van hun twee jongerenorganisaties. Een goed gesprek volgde in een schitterende vergaderzaal, waarna Tweede Kamerlid Michiel Servaes, die ook met ons meereisde, de partijpers te woord stond. Het was inmiddels tijd voor lunch en die gebruikten we op het politbureau.

Na de lunch stond het spannendste gedeelte van de dag op het programma: een bezoek aan de Peshmarga’s in het veld. Daar gingen we met Peshmarga’s in gesprek, waaronder hun hoogste leider, die in de dagen hiervoor met zijn mensen tientallen dorpen op IS had veroverd. Vanaf het politbureau werd ons konvooi versterkt met een groep Peshmarga’s in een pick-uptruck, die de weg wees.

De man die ons ontving tussen de Peshmarga’s was niet zomaar iemand: Sheikh Jaafar Sheikh Mustafa is de facto de hoogste baas van de Peshmarga’s en zowat een levende legende hier. De laatste dagen hadden hij en zijn manschappen weer tientallen dorpen veroverd op IS, waar ze ons met trots over vertelden.

Na een halfuurtje bij de Peshmarga’s trok ons konvooi weer verder. Na korte tijd hielden we stil bij iets wat een klein paleis leek. Sheikh Jaafar had besloten dat we bij hem kwamen eten en had trouwens ook nog een cadeautje voor ons.

Het bleek inderdaad een paleis, maar hij had het zelf niet laten bouwen. Vroeger behoorde het toe aan Ali Chemicali. Even later zaten we in de eetzaal aan gigantische spiesen vlees. BBQ’en in het paleis van Ali Chemicali, dat hadden we ’s ochtends niet gedacht.

Het was bijna tijd om te vertrekken, maar dat ging niet met lege handen. Sheikh Jaafar wilde ons graag iets meegeven, dus verzamelden we ons in de hal. Z’n mannen kwamen met enorme pakketten aanzetten, wat prachtige notenhouten schaakspellen in kunstig versierde hoezen bleken te zijn. De mannen in het gezelschap kregen een schaakspel mee, de vrouwen kregen een goudkleurig Koerdisch sieraad.

Op de terugweg naar Sulaimaniyah werden we opnieuw begeleid door zwaarbewapende Peshmarga’s, die ons met moordend tempo over de snelweg leidden. Die snelwegen zijn overigens –zonder ironie- beter dan de Belgische, maar dat terzijde. Terug in het hotel waren we redelijk gesloopt, na een lange reis en een dag vol onvergetelijke en heftige indrukken. Een biertje in de hotelbar later doken we gauw ons bed in, op naar de twee dagen training die nog zouden volgen.

Dat het indrukwekkend was blijft natuurlijk bij, maar minstens zoveel heeft deze reis me nog eens met de neus op m’n eigen bevoorrechte positie gedrukt. Geluksvogels zijn we, dat we in vrede, vrijheid en welvaart ons leven leiden. Dat besef motiveert me alleen maar meer om me in te blijven zetten.

Een blog van:

Categorieën: Blog, Internationale Politiek

Op de hoogte blijven van de JS?

Schrijf je in en ontvang onze nieuwsbrief waarin we je op de hoogte houden van onze politieke acties en activiteiten.



Jonge Socialisten in de PvdA