Één referendum maakt nog geen democratie

De afgelopen weken mochten we er weer even van genieten: het feest van de democratie. En wat hebben we genoten. Over de hoofden van miljoenen Oekraïense mannen en vrouwen die streden voor een minder corrupt land, gingen wij de straat op met drogredeneringen en politiek opportunisme. En wat een feest was het. 4 miljoen mensen die door weer en wind het stemhokje opzochten om Jan Roos schriftelijk te bevredigen. En wat een kater hebben we nu.

En meteen wordt er gekeken naar het middel: werkt een raadgevend referendum wel. Minister Plasterk geeft meteen aan er weer naar te willen kijken: “Nu is de drempel opgehangen aan het totaal aantal mensen dat gaat stemmen. Je zou het ook kunnen ophangen aan het minimaal aantal mensen dat tegenstemt”. Bij de NOS geven verschillende wetenschappers ook meteen aan dat de opkomstdrempel zorgde voor strategisch stemmen, waardoor de uitslag heel erg vertekende.

Arjan van Egdom

Maar zijn referenda dan een doorgeschoten middel in ons mooie democratische systeem? Het klopt dat referenda vaak een heel zwart-wit beeld van een probleem geven en veel nuance missen. Onze poster met een zoenende Poetin en Wilders was ook provocerend en ook al hadden we zelf misschien graag meer nuance toegevoegd, het was simpelweg de enige manier om in dit feestgedruis gehoord te worden – en gehoord werden we, in zowel landelijke als internationale media. Maar laat dit je niet misleiden: deze referenda zijn niet een plotselinge negatieve uitschieter. Onze hele democratische systeem is verrot en er is geprobeerd dit via een referendum weer wat kleur te geven, maar dat werkt niet als je niet de kern van het probleem durft aan te pakken.

Is de politiek er ook voor mij?

Te vaak hoorde ik de afgelopen jaren een toon van verbazing toen ik als duo-raadslid in Leiden op wijkbijeenkomsten kwam of werkbezoeken wilde afleggen. Dat politici zelf de stad in zouden gaan en met mensen wilden spreken, was vaak niet bij hen opgekomen. Het besef dat politiek er voor hen zou moeten zijn, was al helemaal verdwenen. De opkomstpercentages lijken steeds verder terug te lopen, maar nog zorgwekkender is het dat zelfs degenen die gaan stemmen de politiek niet meer zien als hun belangenbehartiger of degene die de problemen gaat oplossen. Ik wilde graag de lokale politiek in om dat te ervaren en te zien hoe we dat konden verbeteren. En dat stemde somber.

In een representatieve democratie beslissen we zelf niet wat er gebeurt, maar vertrouwen we politici toe om dat voor ons te doen. Menno Hurenkamp, werkzaam bij het WBS, beschrijft in zijn boek Crafting Citizenship echter hoe mensen steeds minder vertrouwen hebben in autoriteiten, zoals de politiek. We hebben de afgelopen jaren gezien hoe banken slecht werden bestuurd en hoe de politiek geen antwoord had. De mensen van Occupy gingen niet de straat op omdat ze dachten dat ze het beter konden, maar omdat ze zagen dat bankdirecteuren er net zo weinig vanaf wisten. Ook is onze landelijke politiek steeds meer een poppenkast geworden wat door mensen minder serieus wordt genomen – socioloog Mark Elchardus gebruikte hiervoor het mooie woord dramademocratie. Hierdoor zien we dat mensen steeds meer het gevoel hebben dat zij het zelf beter kunnen beslissen en dat we de politiek niet meer nodig heb – deze zelfde zorgelijke ontwikkeling zie je bij de vakbond.

"Ik wilde graag de lokale politiek in om dat te ervaren en te zien hoe we dat konden verbeteren."

Een tweede probleem is het gebrek aan binding tussen politiek en de samenleving. Een vrijwel volledig hoogopgeleid parlement maakt niet alleen slechtere beslissingen, maar geeft ook velen het gevoel niet gerepresenteerd te worden. Juist toen Khadija Arib werd gekozen tot voorzitter van de Tweede Kamer, zag je bij heel veel Nederlanders hoe inspirerend ze het vonden dat de dochter van een gastarbeider het kan schoppen tot de hoogste functie in Nederland. Door een representatief parlement te hebben, voelen veel meer mensen zich erdoor vertegenwoordigd. Zolang dat nog niet het geval is, zullen referenda er niet opeens voor zorgen dat mensen zich gehoord en vertegenwoordigd voelen.

Wat is de toekomst van het referendum?

Een referendum lost dit soort fundamentele problemen niet op. Allereerst verandert het niets aan het beeld dat mensen hebben van de politiek, dus velen zullen blijven denken dat er niets mee gedaan wordt en anderen zullen tegen stemmen omdat ze tegen het kabinet zijn en het referendum dus verkeerd gebruiken. Ten tweede gaat politiek nooit over ja of nee, elk politiek besluit wordt vooraf gegaan door onderhandelingen, compromissen en moties en het is dan gek om mensen alleen mee te nemen in de laatste stap. Er is geen optie “ik ben voor dit verdrag, maar maak me nog wel zorgen over de corruptie in Oekraïne en hoe dat echt kan veranderen”. Hierdoor zullen ook nog eens veel meer mensen tegen stemmen, omdat ze zich niet écht gehoord voelen en daardoor zie je dat er in referenda vaker tegen wordt gestemd. En dan heb ik het nog niet eens over dat strategisch stemmen.

Daarom erger ik me eraan hoe positief minister Plasterk steeds over dit referendum sprak, alsof hij zelfstandig hiermee alle democratische tekorten had opgelost. Een referendum kan best wel eens nuttig zijn, maar laat ons eerst maar eens beginnen om mensen überhaupt weer in het politieke proces mee te nemen. Dat kan door simpelweg als politiek meer zichtbaar te zijn. Ik ben heel vaak het enige raadslid die naar bepaalde bijeenkomsten gaat. Er werd erg lacherig gedaan over de 25% van Hans Spekman, maar dat is wel de essentie van het vak: laten zien dat de politiek naar je luistert en er dan ook iets mee doen. Daarnaast is het ook belangrijk om echt een representatief en divers politiek stelsel te hebben, waarin iedereen zich vertegenwoordigd voelt. Mijn eigen fractie is heel divers en ik hoor daardoor heel vaak nieuwe informatie waar ik zelf niet aan gedacht zou hebben. En dit klinkt natuurlijk heel leuk en logisch, maar het is best ingewikkeld, het kost veel tijd terwijl je al andere taken hebt en het zal ook niet altijd helpen, maar het is wel stap één.

En dan is er denk ik nog een tweede grote stap die ingewikkelder zal zijn. De afgelopen twintig jaar zijn we politiek steeds meer als een boekhoudspelletje gaan zien met Jeroen Dijsselbloem als het boekhoud-opperhoofd. Als politiek alleen maar gaat over zwarte cijfers onder de streep en de meest pragmatische oplossingen, dan is het ook begrijpelijk dat velen denken: “dat kan ik zelf beter”. Politiek zou echter een ideeënstrijd moeten zijn waar we ons bemoeien met fundamentele vraagstukken over hoe we in onze samenleving samen willen leven. We hebben de afgelopen jaren veelvuldig besproken wat binnen de PvdA van Waarde is, maar laten nog niet zien dat politiek ook echt om die waarden draait. Je ziet bij mensen als Jeremy Corbyn en Bernie Sanders dat juist die waarden resoneren bij een jongere generatie die wel klaar is met het pragmatisme van de laatste jaren. Als we die waarden uitstralen, zien mensen ook waarom het belangrijk is om te gaan stemmen. Laten we daar eerst voor knokken voordat we referenda als de heilige graal gaan zien.

"Waarom schaffen we die opkomstdrempel niet af?"

En dan ten slotte: wat moeten we nou met die referenda? Wim Voermans, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Leiden, gaf bij de NOS terecht aan: “Een opkomstdrempel van 30 procent hoort bij een referendum dat bindend is. Bij een raadgevend referendum heeft dat geen enkele zin.” Waarom schaffen we die opkomstdrempel niet af? We hebben ook nu geen zekerheid dat de politiek dit referendum overneemt, dus laten we gewoon allemaal stemmen op wat we goed vinden en dan kan de politiek bepalen of ze dat ‘belangrijk genoeg vinden’. We hebben altijd nog verkiezingen om politici af te straffen als ze niet naar ons luisteren. Maar laten wij die afweging niet voor ze maken, maar ons gewoon uitspreken over wat wij zouden willen. Daarom heb ik gisteren ook vóór gestemd.

Dit was een blog van:

  • Martijn OttenMartijn OttenBestuurslid Politiek & CampagnesMailTelefoon+31 616936517

Categorieën: Blog, Internationale Politiek

Jonge Socialisten in de PvdA