De loze beloften van het microkrediet

concept: giving money to a growing pool of donations

Een blog van Patrick Hoop en Thijs Bolhuis uit de werkgroep Internationaal.

“ Microfinance would … ‘eradicate poverty in a generation’, and very soon, our children would have to go to a ‘poverty museum’ to find out what all the fuss was about”.

Dit was de belofte van Mohammed Yunus, de Nobelprijswinnaar en oprichter van de Grameen Bank. Een formule zo simpel; geef kansarmen toegang tot krediet zodat zij hiermee een inkomen kunnen genereren. Dertig jaar lang was microfinanciering de heilige graal in ontwikkelingsonderzoek, maar nu moeten we, na het moderniseringsdenken, helaas wederom spreken van een lost decade for development.

“Even confirmed supporters of microfinance finally began to concede that, after 30 years of the microfinance movement, there was simply no evidence whatsoever to show that microfinance is positively associated with poverty reduction.”(Bateman, 2012).

Armoede heeft verschillende dimensies en oorzaken en is enorm moeilijk te bestrijden. Geen toegang hebben tot krediet is slechts één van de vele oorzaken die armoede in stand houdt.

De instituties die microkredieten verstrekken, werken meestal op basis van de Grameen Bank formule. Deze formule is er op gericht om geld te lenen aan de allerarmsten in de samenleving. Een nobel, maar verdraaid lastig streven. Deze doelgroep heeft namelijk geen onderpand te bieden. Om dit te verhelpen worden er extra voorwaarden aan de lening gesteld. Dit lijkt effectief te zijn, want het verzuimpercentage van microkrediet varieert tussen 1 tot 5 procent, terwijl dit bij normale leningen ligt op 15 procent. Kunnen we hiermee concluderen dat microfinanciering een succes is? Alleen als we aannemen dat alle leners in staat zijn om het geld terug te betalen en zij dit ook op een vruchtbare manier hebben geïnvesteerd – maar er is genoeg reden om aan te nemen dat dit niet het geval is.

Microkredieten worden verstrekt aan vrouwen, omdat onderzoek keer op keer aantoont dat zij verantwoordelijker zijn met het terugbetalen. Je kunt je dus afvragen of er geld wordt uitgeleend aan vrouwen om “de positie van de vrouw in de maatschappij te versterken” of omdat vrouwen simpelweg betrouwbaarder zijn met terugbetalen. Verder worden deze leningen verstrekt in groepsverband, meestal groepen van vijf vrouwen. Elk lid krijgt de gedeelde verantwoordelijkheid dat ieder lid netjes terugbetaald. Als dit niet lukt, dan dienen andere leden te compenseren. Hierdoor is er niet alleen sprake van een financieel contract tussen de verstrekker en lener maar ook een sociaal contract tussen de verschillende groepsleden om niet te verzuimen. Er ontstaat een ongezonde sociale groepsdruk – verhalen over mogelijk verzuim kunnen in het ergste geval kan uitlopen op verbaal geweld, vernedering en bedreiging. Niet alleen vrouwen maar ook echtgenoten en kinderen voelen deze sociale druk. Dit alles draagt niet bij aan het onderling sociaal vertrouwen in lokale gemeenschappen.

Verder is een vaak gestelde voorwaarde wekelijkse aflossing. Je kunt je voorstellen dat je hierdoor het geleende geld niet optimaal kan worden benut. Stel je leent 300 euro en je moet wekelijks tien euro aflossen dan kun je er vanuit gaan dat je het geleende bedrag niet volledig gaat investeren.

Tot slot, ondernemerschap vereist doorzettingsvermogen, visie en creativiteit. Om dit te stimuleren proberen microkredietverstrekkers over het algemeen haar leners te voorzien van een stoomcursus ondernemerschap en boekhouden. Maar ondernemerschap leer vooral in de praktijk. Deze praktijk in een ontwikkelingsland is anders dan hier in Nederland. Het belangrijkste van ondernemerschap is dat er een redelijke afzetmarkt is. Dit is vaak niet het geval omdat inwoners van lokale gemeenschappen eveneens weinig te besteden hebben.

Kort om, microfinanciering verbetert de toegang tot krediet maar het is in twijfel te trekken of dit daadwerkelijk bijdraagt aan een betere wereld. Door de sterke nadruk op het terugbetalen van de lening lijkt het erop dat er vooral aan de belangen van de geldverstrekker wordt voldaan. De strikte leningsvoorwaarden leiden tot risicomijdend investeringsgedrag en dit reduceert de mogelijkheid tot fatsoenlijke investering. Hoewel microfinanciering slechts één van de vele middelen van ontwikkelingshulp, is het voorbeeld van de complexiteit van het ontwikkelingshulp.

Echter zijn er ook nu nog veel organisaties die aan microfinanciering doen, zoals Cordaid, Oxfam Novib en Oikocredit, terwijl er geen wetenschappelijk bewijs is gevonden dat microfinanciering bijdraagt aan het terugdringen van structurele armoede.

Categorieën: Blog, Internationale Politiek

Op de hoogte blijven van de JS?

Schrijf je in en ontvang onze nieuwsbrief waarin we je op de hoogte houden van onze politieke acties en activiteiten.



Jonge Socialisten in de PvdA